Fill in the blank

Verkleinwoorden met -etje en -kje

Kies de juiste verkleinvorm. Let op de korte klinker en op woorden met -ing.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

De peuter speelt met een klein rood _____.

Options: balletje, baltje, baletje

Question 2

Voor de saus gebruikt de kok een klein _____.

Options: pantje, pannetje, panetje

Question 3

Bovenaan de tekening staat een geel _____.

Options: stertje, steretje, sterretje

Question 4

In het spel ligt een klein zwart _____ op de weg.

Options: bommetje, bompje, bometje

Question 5

Bij het ontbijt zet Eva een leeg _____ naast haar bord.

Options: kompje, kommetje, kometje

Question 6

In het sprookje is de jonge prins nog een _____.

Options: koningetje, koningtje, koninkje

Question 7

Achter het grote huis staat een eenvoudig _____ voor gasten.

Options: woninkje, woningetje, woningkje

Question 8

Aan het meer ligt een rustig _____ met tien plaatsen.

Options: campingtje, campinkje, campingetje

Question 9

Ik moet nog één klein _____ in de keuken repareren.

Options: dinkje, dingkje, dingetje

Question 10

In het prentenboek gaat een _____ voor het eerst naar school.

Options: leerlingetje, leerlinkje, leerlingkje

Question 11

Op de foto staat een vrolijk _____ van vier jaar.

Options: jongentje, jongetje, jongenkje

Question 12

De speelgoedauto staat op een klein _____ met vier wielen.

Options: kartje, karetje, karretje

Question 13

Naast de voordeur hangt een klein _____.

Options: belletje, beltje, beletje

Question 14

In het aquarium zwemt een zilveren _____.

Options: vistje, visje, visetje

Question 15

Op het bureau staat een klein houten _____ voor pennen.

Options: kasttje, kastetje, kastje

Practice Verkleinwoorden met -etje en -kje with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verkleinwoorden met -etje en -kje in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.