Question 1
De peuter speelt met een klein rood _____.
Options: balletje, baltje, baletje
Kies de juiste verkleinvorm. Let op de korte klinker en op woorden met -ing.
Question 1
De peuter speelt met een klein rood _____.
Options: balletje, baltje, baletje
Question 2
Voor de saus gebruikt de kok een klein _____.
Options: pantje, pannetje, panetje
Question 3
Bovenaan de tekening staat een geel _____.
Options: stertje, steretje, sterretje
Question 4
In het spel ligt een klein zwart _____ op de weg.
Options: bommetje, bompje, bometje
Question 5
Bij het ontbijt zet Eva een leeg _____ naast haar bord.
Options: kompje, kommetje, kometje
Question 6
In het sprookje is de jonge prins nog een _____.
Options: koningetje, koningtje, koninkje
Question 7
Achter het grote huis staat een eenvoudig _____ voor gasten.
Options: woninkje, woningetje, woningkje
Question 8
Aan het meer ligt een rustig _____ met tien plaatsen.
Options: campingtje, campinkje, campingetje
Question 9
Ik moet nog één klein _____ in de keuken repareren.
Options: dinkje, dingkje, dingetje
Question 10
In het prentenboek gaat een _____ voor het eerst naar school.
Options: leerlingetje, leerlinkje, leerlingkje
Question 11
Op de foto staat een vrolijk _____ van vier jaar.
Options: jongentje, jongetje, jongenkje
Question 12
De speelgoedauto staat op een klein _____ met vier wielen.
Options: kartje, karetje, karretje
Question 13
Naast de voordeur hangt een klein _____.
Options: belletje, beltje, beletje
Question 14
In het aquarium zwemt een zilveren _____.
Options: vistje, visje, visetje
Question 15
Op het bureau staat een klein houten _____ voor pennen.
Options: kasttje, kastetje, kastje
Practice Verkleinwoorden met -etje en -kje with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verkleinwoorden met -etje en -kje in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.