Question 1
Maak van elk woord een verkleinwoord en kies de uitgang die je volgens de les toevoegt.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Maak van elk woord een verkleinwoord en kies de uitgang die je volgens de les toevoegt.
Question 2
Maak van elk grondwoord een verkleinwoord en kies de juiste uitgang.
Question 3
Welk bepaald lidwoord hoort bij elke vorm? Plaats de woorden in de juiste kolom.
Question 4
Deze woorden krijgen -tje. Sorteer ze op wat er met de laatste klinkerletter gebeurt.
Question 5
Kies de uitgang van het verkleinwoord. De hoofdletters geven de klemtoon van het grondwoord aan.
Question 6
Maak de verkleinvorm uit de les. Verandert de klinker van het grondwoord of verdubbel je de laatste medeklinker?
Practice Verkleinwoorden op -je, -tje, -pje, -etje en -kje - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 6 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verkleinwoorden op -je, -tje, -pje, -etje en -kje - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.