Question 1
We rekenen _____ uw komst bij de opening.
Options: op, aan, uit
Kies het juiste voorzetsel of voornaamwoord bij de vaste werkwoordcombinatie.
Question 1
We rekenen _____ uw komst bij de opening.
Options: op, aan, uit
Question 2
Vrijwilligerswerk draagt bij _____ een sterkere buurt.
Options: voor, aan, op
Question 3
Deze vergaderzaal beschikt _____ een groot scherm.
Options: van, aan, over
Question 4
Zes scholen nemen deel _____ het onderzoek.
Options: aan, met, in
Question 5
Het ontbijt bestaat _____ brood, fruit en yoghurt.
Options: in, uit, van
Question 6
De uiteindelijke prijs hangt af _____ het aantal deelnemers.
Options: op, aan, van
Question 7
De verpleegkundige zorgt _____ de patiënt.
Options: voor, over, naar
Question 8
De bezorgde vader maakt zich zorgen _____ de koorts van zijn dochter.
Options: voor, over, van
Question 9
De directeur twijfelt _____ of het nieuwe voorstel wel haalbaar is.
Options: eraan, erop, ervan
Question 10
De klant vraagt _____ een schriftelijke bevestiging.
Options: om, naar, over
Question 11
De arts vraagt _____ de duur van de klachten.
Options: om, naar, voor
Question 12
De kandidaat bereidt _____ zorgvuldig _____ het sollicitatiegesprek voor.
Options: zich, ons, hem, aan, voor, op
Question 13
Tijdens de werkdag concentreren wij _____ vooral _____ de belangrijkste taken.
Options: zich, ons, elkaar, aan, op, tegen
Question 14
De onderzoeker twijfelt _____ de verklaring van de leverancier.
Options: op, aan, van
Question 15
De gemeente waarschuwt fietsers _____ gladheid.
Options: op, over, voor
Practice Combinaties en betekenis with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Combinaties en betekenis in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.