Question 1
Welk vast voorzetsel past op de puntjes? Sorteer de kaarten.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Welk vast voorzetsel past op de puntjes? Sorteer de kaarten.
Question 2
Vervang de genoemde aanvulling door een verwijzing. Kies de vorm die je volgens de les bij een persoon of een ding gebruikt.
Question 3
Je vraagt naar de aanvulling na het voorzetsel. Kies of je volgens de les een vraag met wie of een waar-woord maakt.
Question 4
Sorteer de combinaties op hun betekenis: iets verzoeken, informatie zoeken, verantwoordelijkheid nemen of bezorgd zijn.
Practice Werkwoorden met vaste voorzetsels - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Werkwoorden met vaste voorzetsels - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.