Grammar learning path · B1 Intermediate
Gebeurtenissen in de tijd verbinden.
Goede tijdsverbindingen laten zien of gebeurtenissen tegelijk, na elkaar of tot een bepaald moment plaatsvinden. Je kiest het voegwoord vanuit de tijdlijn en houdt tegelijk de bijzinsvolgorde onder controle.
3 lessons8 exercisesIn order, or à la carte
Start path — Lesson 1
First lesson · Als, wanneer en toen voor tijd
What you'll learn.
- Als, wanneer en toen volgens tijdsbetekenis kiezen.
- Gelijktijdige achtergrond en concrete verhaalmomenten verbinden.
- Volgorde en tijdsgrenzen met voordat, nadat en totdat uitdrukken.
Before you start.
- Je kunt een eenvoudige bijzin met het werkwoord achteraan vormen.
- Je kent de tegenwoordige en onvoltooid verleden tijd.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Als, wanneer en toen voor tijd
Kies toen voor een concreet verleden en als of wanneer voor herhaling, toekomst en vragen naar tijd.
- 2Lesson 2Terwijl en toen in beschrijving en verhaal
Gebruik terwijl voor gelijktijdigheid of contrast en toen voor een afgebakend verleden moment of een volgende stap.
- 3Lesson 3Voordat, nadat en totdat
Orden gebeurtenissen met voordat en nadat en markeer met totdat de grens waar een voortdurende situatie eindigt.
Ready?
Als, wanneer en toen voor tijd.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.