Grammar learning path · C1 Advanced
Precies verwijzen met voornaamwoordelijke vormen.
Heldere verwijzing vraagt meer dan het dichtstbijzijnde voornaamwoord. Je leert antecedenten door een tekst volgen, kiest passende R-woorden voor zaken en beheerst vaste combinaties met er, daar en hier zonder betekenis of register te vervagen.
3 lessons6 exercisesIn order, or à la carte
Start path — Lesson 1
First lesson · Verwijsketens zonder dubbelzinnige voornaamwoorden
What you'll learn.
- Meerdere verwijsketens beheren zonder ambiguïteit of onnodige synonymen.
- Voornaamwoordelijke bijwoorden vormen, splitsen en afstemmen op referent en nadruk.
- Vaste uitdrukkingen met er, daar en hier als complete constructies gebruiken.
Before you start.
- Je kunt persoonlijke, bezittelijke en aanwijzende voornaamwoorden gebruiken.
- Je kent veelvoorkomende vaste voorzetsels bij werkwoorden en naamwoorden.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Verwijsketens zonder dubbelzinnige voornaamwoorden
Bouw verwijsketens waarin iedere persoonlijke, bezittelijke en aanwijzende vorm één duidelijk antecedent behoudt.
- 2Lesson 2Voornaamwoordelijke bijwoorden in spreektaal en schrijftaal
Gebruik er-, daar-, hier- en waar-vormen voor zaken, met passende klemtoon, splitsing en registerkeuze.
- 3Lesson 3Er, daar en hier in vaste uitdrukkingen
Beheers vaste patronen met er, daar en hier en behoud het bijbehorende voorzetsel, bereik en betekenis.
Ready?
Verwijsketens zonder dubbelzinnige voornaamwoorden.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.