Grammar learning path · B1 Intermediate
Precies verwijzen in betrekkelijke bijzinnen.
Betrekkelijke bijzinnen voegen informatie toe zonder een naamwoord te herhalen. Je leert eerst de basis met die en dat en breidt die daarna uit naar personen, zaken, voorzetselrelaties en de speciale functies van wat.
First lesson · Betrekkelijke bijzinnen met die en dat
What you'll learn.
- Die, dat en wat volgens het soort antecedent kiezen.
- Personen en zaken na een voorzetsel correct van elkaar onderscheiden.
- Compacte en gesplitste waar-vormen in betrekkelijke bijzinnen gebruiken.
Before you start.
- Je kunt een de-woord, het-woord en meervoud herkennen.
- Je kent de basisvolgorde van een Nederlandse bijzin.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Betrekkelijke bijzinnen met die en dat
Kies die of dat volgens het antecedent en bouw beperkende en uitbreidende betrekkelijke bijzinnen met de werkwoorden achteraan.
- 2Lesson 2Voorzetsel plus wie en waar plus voorzetsel
Verwijs na een voorzetsel met voorzetsel plus wie naar personen en met waar plus voorzetsel naar zaken.
- 3Lesson 3Betrekkelijke bijwoorden met waar
Vorm betrekkelijke bijwoorden als waarin, waarop en waarmee vanuit de onderliggende combinatie en herken gesplitste varianten.
- 4Lesson 4Wat als betrekkelijk voornaamwoord
Gebruik betrekkelijk wat na onbepaalde woorden, zelfstandig gebruikte vormen, een hele mededeling of zonder uitgesproken antecedent.
Ready?
Betrekkelijke bijzinnen met die en dat.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.