Grammar learning path · B2 Upper Intermediate
Voornaamwoordelijke bijwoorden precies gebruiken.
Voornaamwoordelijke bijwoorden verbinden een vaste voorzetselrelatie met compacte verwijzing. Je kiest de vorm vanuit persoon of zaak en gebruikt waarvormen daarna in directe, ingebedde en betrekkelijke zinnen.
2 lessons7 exercisesIn order, or à la carte
Start path — Lesson 1
First lesson · Voornaamwoordelijke bijwoorden voor zaken en personen
What you'll learn.
- Naar zaken en personen met verschillende voorzetselconstructies verwijzen.
- Er-, hier-, daar- en waarvormen vanuit het vaste voorzetsel vormen.
- Waarvormen correct plaatsen en splitsen in vragen en betrekkelijke bijzinnen.
Before you start.
- Je kent veelvoorkomende vaste voorzetsels bij werkwoorden.
- Je kunt voornaamwoordelijke bijwoorden met er op B1-niveau gebruiken.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Voornaamwoordelijke bijwoorden voor zaken en personen
Kies er-, waar-, daar- of hier plus voorzetsel voor zaken en een persoonlijk voornaamwoord of wie voor personen.
- 2Lesson 2Waarmee, waarover en waarop in vraag en verwijzing
Gebruik waarvormen compact of gesplitst in directe vragen, ingebedde vragen en betrekkelijke verwijzingen naar zaken en situaties.
Ready?
Voornaamwoordelijke bijwoorden voor zaken en personen.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.